aangeboren – Dutch adjective declension

Dutch adjective forms of aangeboren

Adjective: aangeboren

Indefinite Forms

masc. & fem.aangeboren
neuteraangeboren

Comparison Forms

Positiveaangeboren

Sample Sentences

Adjectives inflected like aangeboren

inbegrepen, senang, onaangesproken, bestorven, single, bedoven, benigne, bezopen, granieten, smaragden, amethisten, veertiende, veertigste, lichaamseigen, badstof, apatride, zinken, zijden, Groninger, blikken, etc. (List truncated at 20 adjectives)

Etymology

From Middle Dutch aengeboren. Equivalent to aan + geboren.

Translations