pijn – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of pijn

The word "pijn" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: pijn
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zijnd
Past participle - Verleden deelwoord: gepi

Cognates

See the 5 cognates of pijn

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpi
jijpi
hijpi
wijpi
julliepi
zijpi

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben gepi
jijbent gepi
hijis gepi
wijzijn gepi
julliezijn gepi
zijzijn gepi

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpis
jijpis
hijpis
wijpiren
julliepiren
zijpiren

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas gepi
jijwas gepi
hijwas gepi
wijwaren gepi
julliewaren gepi
zijwaren gepi

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal pijn
jijzult pijn
hijzal pijn
wijzullen pijn
julliezullen pijn
zijzullen pijn

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepi zijn
jijzult gepi zijn
hijzal gepi zijn
wijzullen gepi zijn
julliezullen gepi zijn
zijzullen gepi zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou pijn
jijzou pijn
hijzou pijn
wijzouden pijn
julliezouden pijn
zijzouden pijn

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepi zijn
jijzou gepi zijn
hijzou gepi zijn
wijzouden gepi zijn
julliezouden gepi zijn
zijzouden gepi zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijpi

Verbs conjugated like 'pijn'

wezen, zijn,

Verbs similar to 'pijn'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "pijn"

English pain.

Additional Information