Adjective: vijfkoppig
Indefinite Forms
| masc. & fem. | vijfkoppige |
| neuter | vijfkoppig |
Sample Sentences
Adjectives inflected like vijfkoppig
wintergroen,
bankbreukig,
Noordzeegermaans,
doordeweeks,
eukaryotisch,
favoriet,
schwul,
schier,
Siberisch,
proleptisch,
combinatorisch,
actinisch,
agrarisch,
vijfvoudig,
betoeterd,
hardgekookt,
ondergistend,
bebaard,
oorlogvoerend,
altijdgroen, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From vijf (“five”) + kop (“head”) + -ig.
Translations