Adjective: roodkokend
Indefinite Forms
| masc. & fem. | roodkokende |
| neuter | roodkokend |
Sample Sentences
Adjectives inflected like roodkokend
wintergroen,
bankbreukig,
Noordzeegermaans,
doordeweeks,
eukaryotisch,
favoriet,
schwul,
schier,
Siberisch,
proleptisch,
combinatorisch,
actinisch,
agrarisch,
vijfvoudig,
betoeterd,
hardgekookt,
ondergistend,
bebaard,
oorlogvoerend,
altijdgroen, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
Compound of rood + kokend.
Translations