Adjective: onbedaarlijk
Indefinite Forms
| masc. & fem. | onbedaarlijke |
| neuter | onbedaarlijk |
Sample Sentences
Adjectives inflected like onbedaarlijk
wintergroen,
bankbreukig,
Noordzeegermaans,
doordeweeks,
eukaryotisch,
favoriet,
schwul,
schier,
Siberisch,
proleptisch,
combinatorisch,
actinisch,
agrarisch,
vijfvoudig,
betoeterd,
hardgekookt,
ondergistend,
bebaard,
oorlogvoerend,
altijdgroen, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From on- + bedaarlijk.
Translations