Adjective: buitenechtelijk
Indefinite Forms
| masc. & fem. | buitenechtelijke |
| neuter | buitenechtelijk |
Sample Sentences
-
Hij had een buitenechtelijke affaire met zijn collega. (He had an extramarital affair with his colleague.)
-
Het kind werd geboren uit een buitenechtelijke relatie. (The child was born from an extramarital relationship.)
-
Buitenechtelijke kinderen worden soms geconfronteerd met sociale vooroordelen. (Extramarital children are sometimes confronted with social prejudices.)
Adjectives inflected like buitenechtelijk
wintergroen,
bankbreukig,
Noordzeegermaans,
doordeweeks,
eukaryotisch,
favoriet,
schwul,
schier,
Siberisch,
proleptisch,
combinatorisch,
actinisch,
agrarisch,
vijfvoudig,
betoeterd,
hardgekookt,
ondergistend,
bebaard,
oorlogvoerend,
altijdgroen, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From buiten + echtelijk.
Translations