Noun: war
Gender: Feminine
Hyphenation:
Sample Sentences
-
Volgens een bovenbuurvrouw kwamen hulpdiensten rond 12 uur 's middags naar de fietsenwinkel. "Ik had geen idee wat er aan de hand was. Maar de zoon van de eigenaar kwam eraan en was helemaal in de war. (...)" [2016 March 15, Josien Wolthuizen, Hanneloes Pen, “Man doodgestoken in fietsenwinkel Nieuw-West”, in Het Parool:]
-
Van statief voor je smartphone tot instrument om oortjes uit de war te houden, tot zelfs een portefeuille. De mogelijkheden met papierklemmen zijn eindeloos, maar de Japanner Venlee geeft je alvast 15 lifehacks. [2016 January 29, “Wist je dat papierklemmen je leven veel gemakkelijker kunnen maken?”, in Het Laatste Nieuws:]
-
Welnu, deze stoepen of warren bevonden zich aan de walkant en niet midden in het water. [1949, G. Karsten, “Eenvorme, Informe, Yefforme”, in De Speelwagen, 10, no. 4: 307:]
-
De Schutters van de respective Steden, werden geauctoriseert, alle de Fuycken, buyten de benoemde Warren in de Wateringh staende, te mogen visiteren, of de selve keur mogen houden ofte niet, (...) [1667, Handtvesten, privilegien, willekeuren ende ordonnantien der Stadt Enchuysen, page 345:]
Nouns inflected like war
beerkar,
boomkor,
kettinghor,
kerstster,
morgenster,
dakspar,
popster,
winkelkar,
slangster,
dwergster,
vallende ster,
zeester,
zegekar,
golfkar,
filmster,
dubbelster,
ossenkar,
gele morgenster,
neutronenster,
flikkerster, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
Inherited from Middle Dutch werre, warre (“confusion, disarray, conflict”), from Old Dutch *werra, from Proto-West Germanic *werʀu (“confusion; quarrel”).
Verbs referencing "war"
English Nouns
war.
Translations