Noun: pijn
Gender: Feminine, Masculine
Hyphenation:
Sample Sentences
-
Ik heb pijn in mijn arm na het sporten. (I have pain in my arm after exercising.)
-
De pijn verdween na het nemen van de medicatie. (The pain went away after taking the medication.)
-
Hij lijdt aan chronische pijn in zijn rug. (He suffers from chronic ache in his back.)
-
De pijn van het verlies van een geliefde is diep. (The pain of losing a loved one is deep.)
-
Ze voelde pijn na het verraad van een vriend. (She felt hurt after being betrayed by a friend.)
-
De pijn van afwijzing kan lang blijven hangen. (The pain of rejection can linger for a long time.)
Nouns inflected like pijn
motiveering,
Duitse herdershond,
urilift,
vervolmaking,
elektrische spanning,
ovenfriet,
winteravond,
weervrouw,
besteding,
bloemenveiling,
vertakking,
tintinofiel,
synaps,
olieraffinaderij,
vliegtuigkaping,
sawaslang,
verzetting,
afrondfout,
druivenoogst,
wintermaand, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
From Middle Dutch pine, from Old Dutch *pīna, from Proto-West Germanic *pīnā.
Verbs referencing "pijn"
English Nouns
pain.
Translations