groep – Dutch noun declension

Dutch noun forms of groep

Noun: groep
Gender: Masculine, Feminine Hyphenation:
Sg.groep
Pl.groepen

Sample Sentences

  • 1604, Karel Van Mander, Het schilder-boeck, publ. by Jacob Pietersz. Wachter (print from 1618), page 112.
  • Hier is ſeer aerdich uytgebeeldt een grouwelijck Zee-onweder / daer oock noch ander Schepen en Schuyten vande felle winden worden bevochten / ſeer wel en met grooter aendacht ghedaen: ghelijck oock is eenen groep beelden in de locht / in verſcheyden ghedaenten van quade gheeſten / die als Winden blaſen / om 't Schip / dat door de raſende golven met riemen crachtelijck wort geroeyt / te beletten. ((please add an English translation of this quotation))

Etymology

Probably borrowed from Italian gruppo, though possibly borrowed via French groupe. Doublet of krop. See: Italian Nouns 'gruppo', French Nouns 'groupe'.

Verbs referencing "groep"

English Nouns groop.

Translations