gracht – Dutch noun declension

Dutch noun forms of gracht

Noun: gracht
Gender: Masculine, Feminine, Neuter Hyphenation:
Sg.gracht
Pl.grachten

Sample Sentences

  • In Amsterdam is er een straat langs een gracht, waar een beperkt stopverbod van kracht is. (In Amsterdam, there is a road running alongside a canal where parking is restricted.)
  • 2017 January 10, Het Laatste Nieuws, "Monsterfile op E17 na ongeval in Destelbergen, vrachtwagen in gracht op E40".
  • Op de E40 tussen Beernem en Aalter kreeg een vrachtwagen rond 7 uur 's morgens een klapband. Hierdoor belandde de vrachtwagen, die geladen was met aarde, op zijn zijkant in de gracht. (A truck got a flat tyre on the E40 between Beernem and Aalter around 7 o'clock in the morning. This caused the truck, which was loaded with earth, to end up on its side in the ditch.)

Etymology

From Middle Dutch gracht, from Old Dutch *graft, *graht, from Proto-Germanic *graftuz. Equivalent to graven (“to dig”) + -t (“verbal noun”).

Verbs referencing "gracht"

English Nouns grift, German Nouns Gracht.

Translations