Noun: klederdracht
Gender: Feminine
Hyphenation:
| Sg. | klederdracht |
| Pl. | klederdrachten |
Sample Sentences
-
In mijn geboortestreek zijn mensen trots op hun klederdracht. (In the region where I was born, people are proud of their folk costume.)
-
De klederdrachten van deze dorpen worden zelden gedragen. (The folk costumes of these villages are seldom worn.)
Nouns inflected like klederdracht
motiveering,
Duitse herdershond,
urilift,
vervolmaking,
elektrische spanning,
ovenfriet,
winteravond,
weervrouw,
besteding,
bloemenveiling,
vertakking,
tintinofiel,
synaps,
olieraffinaderij,
vliegtuigkaping,
sawaslang,
verzetting,
afrondfout,
druivenoogst,
wintermaand, etc. (List truncated at 20 nouns)
Etymology
From kleder(en) + dracht, klederen being the archaic antecedent of kleren (“clothing”). Compare German Tracht. See: German Nouns '
Tracht'.
Translations