kansspel – Dutch noun declension

Dutch noun forms of kansspel

Noun: kansspel
Gender: Neuter Hyphenation:
Sg.kansspel
Pl.kansspelen

Sample Sentences

  • De lotto en automaten waarbij handigheid geen rol speelt zijn kansspelen
  • Beleggen zonder kennis van zaken is een kansspel (Investing without insight is a gamble.)

Etymology

From kans (“chance”) + spel (“game”).

Translations