Adjective: toenmalig
Indefinite Forms
| masc. & fem. | toenmalige |
| neuter | toenmalig |
Sample Sentences
-
De toenmalige burgermeester was weinig populair. (The then mayor was not very popular.)
Adjectives inflected like toenmalig
wintergroen,
bankbreukig,
Noordzeegermaans,
doordeweeks,
eukaryotisch,
favoriet,
schwul,
schier,
Siberisch,
proleptisch,
combinatorisch,
actinisch,
agrarisch,
vijfvoudig,
betoeterd,
hardgekookt,
ondergistend,
bebaard,
oorlogvoerend,
altijdgroen, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From toen (“back then”) + maal (“time”) + -ig (“-y”).
Translations