Adjective: oorlogvoerend
Indefinite Forms
| masc. & fem. | oorlogvoerende |
| neuter | oorlogvoerend |
Sample Sentences
Adjectives inflected like oorlogvoerend
wintergroen,
bankbreukig,
Noordzeegermaans,
doordeweeks,
eukaryotisch,
favoriet,
schwul,
schier,
Siberisch,
proleptisch,
combinatorisch,
actinisch,
agrarisch,
vijfvoudig,
betoeterd,
hardgekookt,
ondergistend,
bebaard,
oorlogvoerend,
altijdgroen, etc. (List truncated at 20 adjectives)
Etymology
From oorlog + voerend.
Translations