Toggle Menu
Your continued donations keep Verbix running!

Languages: Dutch : binden

Verb conjugation in Windows:

Infinitive: binden

Present participle: bindend
Past participle: gebonden

Indicative Conditional

Present
ik     bind
jij    bindt
hij    bindt
wij    binden
jullie binden
zij    binden

Present Perfect
ik     heb gebonden
jij    hebt gebonden
hij    heeft gebonden
wij    hebben gebonden
jullie hebben gebonden
zij    hebben gebonden


Past

ik     bond
jij    bond
hij    bond
wij    bonden
jullie bonden
zij    bonden


Past Perfect

ik     had gebonden
jij    had gebonden
hij    had gebonden
wij    hadden gebonden
jullie hadden gebonden
zij    hadden gebonden


Future

ik     zal binden
jij    zult binden
hij    zal binden
wij    zullen binden
jullie zullen binden
zij    zullen binden


Future Perfect

ik     zal gebonden hebben
jij    zult gebonden hebben
hij    zal gebonden hebben
wij    zullen gebonden hebben
jullie zullen gebonden hebben
zij    zullen gebonden hebben

Present
ik     zou binden
jij    zou binden
hij    zou binden
wij    zouden binden
jullie zouden binden
zij    zouden binden

 

Perfect
ik     zou gebonden hebben
jij    zou gebonden hebben
hij    zou gebonden hebben
wij    zouden gebonden hebben
jullie zouden gebonden hebben
zij    zouden gebonden hebben

Imperative


jij    bind





!


Verbs conjugated like binden

aanbinden, aandringen, aandrinken, aaneenbinden, aaneenklinken, aanklinken, aanwinden, afbinden, afdingen, afdringen, afdrinken, afdwingen, afspringen, bedwingen, bevinden, binden, blinken, dingen, dringen, drinken, dwingen, klinken, krimpen, ontspringen, opwinden,
Only 25 verbs here? Read more!


. Conjugations based on Verbix for Windows

Discover more verb related information in WikiVerb. Also see the Dutch language page there.
Content updated
© Verbix 1995-2009. http://www.verbix.com