Toggle Menu
Your continued donations keep Verbix running!

Languages: Dutch : bijten

Verb conjugation in Windows:

Infinitive: bijten

Present participle: bijtend
Past participle: gebeten

Indicative Conditional

Present
ik     bijt
jij    bijt
hij    bijt
wij    bijten
jullie bijten
zij    bijten

Present Perfect
ik     heb gebeten
jij    hebt gebeten
hij    heeft gebeten
wij    hebben gebeten
jullie hebben gebeten
zij    hebben gebeten


Past

ik     beet
jij    beet
hij    beet
wij    beten
jullie beten
zij    beten


Past Perfect

ik     had gebeten
jij    had gebeten
hij    had gebeten
wij    hadden gebeten
jullie hadden gebeten
zij    hadden gebeten


Future

ik     zal bijten
jij    zult bijten
hij    zal bijten
wij    zullen bijten
jullie zullen bijten
zij    zullen bijten


Future Perfect

ik     zal gebeten hebben
jij    zult gebeten hebben
hij    zal gebeten hebben
wij    zullen gebeten hebben
jullie zullen gebeten hebben
zij    zullen gebeten hebben

Present
ik     zou bijten
jij    zou bijten
hij    zou bijten
wij    zouden bijten
jullie zouden bijten
zij    zouden bijten

 

Perfect
ik     zou gebeten hebben
jij    zou gebeten hebben
hij    zou gebeten hebben
wij    zouden gebeten hebben
jullie zouden gebeten hebben
zij    zouden gebeten hebben

Imperative


jij    bijt





!


Verbs conjugated like bijten

bijten, krijten, kwijten, ontbijten, rijten, schijten, slijten, smijten, spijten, splijten, verslijten, verwijten, wijten,


. Conjugations based on Verbix for Windows

Discover more verb related information in WikiVerb. Also see the Dutch language page there.
Content updated
© Verbix 1995-2009. http://www.verbix.com